wisselverlies
home contact disclaimer reacties
de stichting
rekenvoorbeeld
procesprocedure
voortgang procedure
aanmelden
uw gegevens
veelgestelde vragen
in het nieuws
persinfo
 

Publicaties

2010

07-08-2010
Pensioenbelangen Magazine 7/8.2010 - interview met André ten Dam


18-04-2010
Financiële steun door Eurolanden aan Griekenland c.s. is Verdragsschending!
André ten Dam



30-03-2010
RSM – Erasmus Universiteit Rotterdam
'Je Daalder nog maar een Gulden waard'
André ten Dam



2009

11-9-2009
Me Judice - Economen in het publieke debat
De Wisselverlieszaak: Structureel koopkrachtverlies!
Harry Geels en André ten Dam



5-5-2009
De Wisselverlieszaak: Analyse en schadeberekening
Harry Geels en André ten Dam



20-4-2009
Dft.nl (De Financiële Telegraaf))
Wisselverlieszaak moet uit de Doofpot!
Harry Geels


2008

6-6-2008
Dft (De Telegraaf)
De keerzijde voor Nederland van tien jaar euro
Goeroe - Harry Geels


2007

6-11-2007
De Telegraaf
De manipulatie van inflatiecijfers
Goeroe - Harry Geels



31-10-2007
www.wisselverlies.nl
Memorandum van antwoord
De Wisselverlieszaak: Ontkenning is niet meer mogelijk!
Commentaar en reactie op de brief d.d. 3 september 2007 van de minister van Financiën aan de Tweede Kamer inzake Stichting Wisselverlies.nl
André ten Dam


10-07-2007
www.wisselverlies.nl
Het door ons Nederlanders geleden wisselverlies
André ten Dam



05-07-2007
De Telegraaf
Stichting Wisselverlies.nl
Goeroe - Harry Geels



21-06-2007
www.wisselverlies.nl
Persverklaring
Stichting Wisselverlies.nl



28-05-2007
De Telegraaf
Nogmaals inflatiecijfers
Goeroe - Harry Geels



24-05-2007
De Telegraaf
Inflatiecijfers volksverlakkerij
Goeroe - Harry Geels


2005

07-06-2005
www.wisselverlies.nl

De euro, de Europese Grondwet en ……. nu weer de euro
André ten Dam

07-06-2005
www.wisselverlies.nl
Het Eurobedrog in Zembla en de CBS-cijfers nader toegelicht
André Kortland


03-06-2005
ESB
Instappen en weginfleren?
Ivo Arnold


31-05-2005
NRC
Weg van de minste weerstand met euro
Léon Cornelissen


17-05-2005
NRC

Zalm heeft fout financieel beleid gevoerd
Sweder van Wijnbergen en Roel Beetsma


2004

25-04-2004
HP/De Tijd

Prijsstijgingen: Geloof de overheid niet / Afscheid van de Prijspolitie

2003

30-05-2003
HP/De Tijd

De euroramp, de prijsstijging is veel groter dan u denkt

 

^^Top
Zalm heeft fout financieel beleid gevoerd

Roel Beetsma en Sweder van Wijnbergen

Niet de onderwaardering van de gulden bij de overgang naar de euro is het probleem. Het feit dat daarna geen terughoudend fiscaal beleid is gevoerd, en minister Zalm miljarden weg heeft gegeven aan lastenverlichting: dat is het probleem, betogen Roel Beetsma en Sweder van Wijnbergen.

De directeur van De Nederlandsche Bank Henk Brouwer zal niet geweten hebben wat hem overkwam toen de storm losbarstte na zijn interview over de instapkoers van de gulden bij de overgang naar de euro. In het interview gaf hij aan dat de gulden destijds ondergewaardeerd was. Brouwer zei hiermee niets nieuws; eerder had bijvoorbeeld Wellink, de president van DNB, hetzelfde gezegd. De timing was misschien ongelukkig, midden in de aanloop naar het omstreden referendum over de EU-Grondwet, waar deze kwestie overigens helemaal niets mee te maken heeft. Maar de echte olie op het vuur kwam van minister van Financiën Zalm. In evidente staat van verwarring door de onverwachte ophef kwam deze elke dag met een andere reactie.

Allereerst, nee de gulden was niet ondergewaardeerd; daarna bij Barend en Van Dorp, ja toch wel, maar dat was juist goed voor de Nederlandse economie. Vervolgens, na een helpende hand van het Centraal Planbureau, nee de gulden was niet ondergewaardeerd maar de D-mark overgewaardeerd (het begrip relatieve prijs is niet overal in Den Haag doorgedrongen). En als sausje erbij een venijnige persoonlijke sneer naar Brouwer, ook weer bij Barend en Van Dorp (wat een forum overigens voor een minister van Financiën). De ad hominem aanval op Brouwer was zeer Haags, maar geeft blijk van weinig begrip voor het belang van de institutionele positie van De Nederlandsche Bank. De burger kan zijn achterdocht vergeven worden.

Waar gaat dit nu eigenlijk over? Allereerst, in de commotie aangericht door de politiek worden twee zaken behoorlijk door elkaar gehaald. Midden 1998 werd besloten de onderlinge koersen van de euro-participanten te bevriezen op de dagkoers van de geboorte van de euro, 1 januari 1999. Dit was waar het interview van Brouwer over ging. Drie jaar later is de fysieke euro ingevoerd: munten en biljetten werden voor de corresponderende eurobedragen ingewisseld. De echte beslissing was de koerskeuze midden 1998, de omruil begin 2002 was niets anders dan een verandering van rekeneenheid zonder enig economisch effect, te vergelijken met het afstrepen van een paar nullen zoals dat regelmatig in landen met een hoge inflatie gebeurt.

Het gaat natuurlijk niet om de verandering van rekeneenheid in januari 2002, maar om de wel degelijk consequentiële keuzes ten aanzien van de instapkoers gemaakt midden 1998. Als er een foute beslissing is genomen, is deze toen genomen. Zalm gaf in zijn optreden bij Barend en Van Dorp aan dat de instapkoers niet geleid had tot hoge inflatie, vide de lage inflatie in 2002; hieruit bleek dat hem het verschil tussen de wisselkoerskeuze van 1998 en de verandering van rekeneenheid van januari 2002 niet helemaal helder was, een toch wel pijnlijke verwarring voor zo'n geroutineerde minister.

Wat betekent het eigenlijk, onderwaardering? Na het Akkoord van Wassenaar in 1982 bleven de loonkosten (en als gevolg daarvan de prijzen) in Nederland jarenlang kunstmatig achter bij de loonkosten en prijzen van onze handelspartners en exportconcurrenten op de wereldmarkt. Het gevolg was een vraag naar onze producten, zowel vanuit het binnenland als vanuit het buitenland, die het aanbodspotentieel bij de vigerende prijzen en lonen te boven ging. Dat is wat economen bedoelen met onderwaardering. Vandaar een te sterk aantrekkende conjunctuur, die in principe had kunnen worden afgeremd door de gulden tegen een hogere waarde in de euro op te nemen. Hierdoor zou ons concurrentievoordeel en dus de te snelle vraagontwikkeling zijn afgenomen.

Een dergelijke waardeverandering zou echter niet wenselijk zijn geweest met het oog op de stabiliteit op de financiele markten. Er heerste toen een zeer reële angst voor een ronde van competitieve devaluaties, door ministers van Financiën die, net als Zalm in zijn bovengenoemd interview, onderwaardering `goed' voor hun economie vonden. Aangezien onderwaardering via wisselkoersmanipulatie slechts een tijdelijk en artificieel voordeel oplevert, een voordeel dat bovendien ten koste van handelspartners gaat, werd destijds terecht besloten deze route naar goedkoop succes te blokkeren. Maar dat betekende ook: geen revaluatie van de Nederlandse gulden.

In plaats daarvan had Zalm een terughoudend budgetbeleid moeten inzetten om de vraag naar onze producten af te remmen. Dit is helaas niet gebeurd: hij heeft precies het tegenovergestelde gedaan. Eind jaren negentig waren de meevallers zo groot dat vakministers werden aangespoord om zoveel mogelijk extra bestedingsvoorstellen in te dienen. Erger nog, om het Belastingplan van de 21ste eeuw met zo weinig mogelijk politieke weerstand door te voeren, heeft Zalm 5 miljard gulden aan lastenverlichting weggegeven. Dit gebeurde op een moment dat de arbeidsmarkt krap aan het worden was en de economie duidelijke tekenen van oververhitting toonde.

Doordat Zalm in zijn budget van september 1998 olie op het vuur van de onderwaardering heeft gegooid, zijn de loonkostenstijgingen versneld. Deze loonkostenontwikkeling is uiteraard weer doorberekend in de prijzen. Het gevolg was een jarenlang relatief hoge inflatie die onze concurrentiepositie uiteindelijk weer heeft uitgehold, daarmee de initiële onderwaardering ongedaan makend.

Als het bij dat laatste gebleven zou zijn, was het allemaal niet zo erg geweest. Maar vanwege langlopende CAO's en het haasje-over springen bij achter elkaar afgesloten CAO's, wordt inflatie gekenmerkt door een hoge mate van persistentie. Dat wil zeggen, dat als de inflatie omhooggaat, deze te lang hoog blijft. Het gevolg was dat Nederland over het evenwicht heen schoot en van een goedkoop in een duur land veranderde. Daar zien we nu de zure vruchten van.

De huidige economische malaise wordt bovendien versterkt door een niet-aflatende stroom van bezuinigingsmaatregelen, allemaal stappen die niet nodig waren geweest als Zalm de verleiding van een expansief budget in een verkiezingsjaar had kunnen weerstaan. Feitelijk hebben alle belangrijke beleidsmaatregelen sinds het eind van de jaren negentig procyclisch uitgepakt: ze hebben de conjunctuurbeweging versterkt. Tijdens de grote euforie van enkele jaren geleden werd de kiem gelegd van de huidige achtergang. Dat is waar het debat naar aanleiding van Brouwers interview over zou moeten gaan: zijn constatering van onderwaardering was correct, desalniettemin was de keuze van instapkoers goed te verdedigen, maar het toenmalige kabinet had er op moeten reageren door een terughoudend fiscaal beleid, zoals zowel IMF als OESO ons toen ook adviseerde. De politiek besloot echter anders, en daarvan zien we nu het resultaat.

Het fiscale beleid van de afgelopen jaren heeft de economische instabiliteit onnodig vergroot, terwijl de lange termijn trend in de economische groei eerder is afgenomen dan gestegen. Meer economische instabiliteit leidt namelijk tot grotere onzekerheid over de rendementen van investeringen. Toegenomen instabiliteit kan daarom gezien worden als een extra belasting op investeringen, vandaar het lagere groeipotentieel. Bovendien komen innovaties vooral met nieuwe kapitaalsgoederen; dus een lagere investeringsgraad leidt ook tot een lagere innovatiegraad en lagere productiviteitsstijging. Daar helpt geen innovatieplatform tegen.

Roel Beetsma en Sweder van Wijnbergen zijn hoogleraar economie aan de Universiteit van Amsterdam.

NRC Handelsblad van 17-05-2005

 


^^Top
Weg van minste weerstand met euro

31 mei 2005
Léon Cornelissen

Het klinkt een beetje suf: Nederland heeft jarenlang een overspannen arbeids- en huizenmarkt geaccepteerd om de Duitse regering mee te helpen de illusie levend te houden dat er met de Duitse mark niets aan de hand was na de Duitse eenwording. Dat is immers gebeurd door het niet-revalueren van de gulden ten opzichte van de Duitse mark in de aanloop naar de invoering van de euro op 1 januari 1999.

In zijn interview met NRC Handelsblad van 26 mei probeert de president van De Nederlandsche Bank, Wellink, de indruk te wekken dat de gulden niet gerevalueerd had kunnen worden. Hij probeert zich achter de afspraken uit het Verdrag van Maastricht te verschuilen. Dit is echter niet mogelijk. Maastricht liet nadrukkelijk de mogelijkheid open om in de aanloop naar de euro munten te revalueren.

Wat twee jaar vóór de invoering van de euro niet mogelijk was, was een devaluatie op eigen verzoek. De deur naar een revaluatie stond gewoon open, want alleen devaluaties waren verboden. Dit is begrijpelijk. De opstellers van Maastricht waren vooral bevreesd dat landen nog even snel door een devaluatie op het laatste moment een concurrentievoordeel zouden invriezen bij de start van de euro. Een revaluatie door `sterkere' landen kon hen niet schelen.

Een revaluatie had wel met instemming van de overige lidstaten moeten gebeuren. Nederland, maar ook andere kandidaten zoals Finland en Ierland hadden zich bij tegenwind echter hard kunnen opstellen. Tenslotte was ook de vaststelling van de uiteindelijke omwisselkoersen een unanieme beslissing. Nederland had daarbij net zoals iedereen een vetorecht.

Waarom zou Duitsland tegen een Nederlandse revaluatie (en een Ierse en een Finse) geweest zijn? Omdat het de eerste keer in de geschiedenis van het toenmalige Europese Monetaire Stelsel (EMS) zou zijn geweest dat een munt ten opzichte van de Duitse mark zou zijn gerevalueerd. Nou én, ben je geneigd te denken. Maar hier raken we aan de symboolwaarde van munten als nationale viriliteitssymbolen. De Duitse mark was traditioneel `hard' en ook al hadden we dan een loon-prijsspiraal na de Duitse eenwording achter de rug, de reputatie van `hardheid' mocht niet door een revaluatie van andere munten worden ondermijnd. De Duitse burger had het toch al zo moeilijk met het verlies van zijn dierbare, maar lang niet meer zo harde mark.

Had een revaluatie wel zin, kort voor het voor de eeuwigheid vastleggen van munten? We hebben inmiddels gezien dat Nederland er met die goedkoopte ook wel uitgekomen is. Eerst groeien we bovengemiddeld (wat natuurlijk ook voor de horecaprijzen niet zonder gevolgen blijft) en prijzen we ons uit de markt, vervolgens worden we hekkensluiter in de eurolandeconomie en passen we ons loonniveau wel weer aan. Maar het was niet verboden in 1999 een gunstiger startpositie voor het Europese monetaire avontuur te kiezen. En het had ons al die ons sterk in verlegenheid brengende bezoekjes over de fantastische werking van het poldermodel bespaard.

Het niet-revalueren is natuurlijk niet Wellink aan te rekenen. Centrale banken bemoeien zich graag met wisselkoersen, maar die zijn ook in euroland - een puur politieke aangelegenheid. Nietrevalueren was een politieke beslissing. Net zoals het een politieke beslissing was, om te verzuimen de naar oververhitting neigende Nederlandse economie dan maar in rustiger banen te leiden met een straf begrotingsbeleid. Hiervoor draagt de toenmalige Nederlandse regering de volle verantwoordelijkheid.

Wat Wellink wel kan worden aangerekend, is dat hij zijn steentje bijdraagt aan de campagne van desinformatie rond de toetreding van de gulden tot de euro.

Blijkbaar heeft hij de kool en de geit willen sparen door zowel zijn mededirectielid Brouwer te dekken (het klopt dat de gulden ondergewaardeerd de euro ingegaan is) als minister Zalm (hij kon niet anders).

Als Zalm juridisch niet anders had gekund, waarom zijn de Duitsers dan toch gepolst? De Nederlandse regering heeft in de aanloop van 1999 tweemaal gekozen voor de weg van de minste weerstand. Eerst op toenmalige pariteiten de euro in, dan via de begroting niet op de rem trappen, maar wat extra gas geven.

Het zou Wellink en Zalm sieren dit gewoon toe te geven.Léon Cornelissen is Chief Strategist bij het Institute for Research and Investment Services (IRIS)

 

 

^^Top
De euro, de Europese Grondwet en ……nu weer de euro!

d.d. 7 juni 2005
Inmiddels ruim een maand geleden begonnen wij ons initiatief Wisselverlies: compensatie voor de onderwaardering van onze vertrouwde en keiharde Nederlandse gulden bij de invoering van de euro.
Wij wisten vervolgens niet wat ons overkwam: we zijn bedolven onder de media-aandacht. Alle kranten in het land, radio en TV stonden er bol van.
De Nederlandsche Bank en minister Zalm schrokken er blijkbaar zo van dat zij - tegen beter weten in - onjuiste en misleidende verhalen over de feitelijke gang van zaken de wereld in stuurden. Daarbij laten zij niet na om stellingen, zoals die van Wisselverlies, als “indianenverhalen” te betitelen waar een weldenkende Nederlandse burger of onderneming zich beter verre van kan houden.

Wij hebben er vervolgens bewust voor gekozen selectief om te gaan met publiciteit. Ondanks vele verzoeken hebben wij onze medewerking aan TV tot op heden beperkt tot het programma van BUITENHOF op 15 mei 2005 en contacten met ZEMBLA voor hun onthullende, opzienbarende en ronduit schokkende uitzending ‘EUROBEDROG’ van 26 mei 2005 (zie www.wisselverlies.nl via link naar Zembla).

Diverse uitnodigingen om in fora te komen aanschuiven over de Europese Grondwet, hebben wij afgeslagen. Niet omdat wij daarover geen mening hebben maar juist omdat wij het Wisselverlies-initiatief willen houden zoals wij daarmee begonnen zijn: een zakelijke kwestie met betrekking tot de omwisseling van Nederlandse gulden voor de euro, niets meer en niets minder.
Nu we het referendum van de Europese Grondwet achter de rug hebben en de stofwolken daarvan beginnen op te trekken, is het weer tijd voor………..

Wisselverlies!Wisselverlies: een grap of toch iets meer dan dat?

Toegegeven, wij hebben het initiatief Wisselverlies op Koninginnedag bedacht onder het genot van een biertje. Maar vergeet U daarbij niet dat als wij geen daadwerkelijke aanknopingspunten hadden gezien voor realisering van ons doel (compensatie/ schadeloosstelling van iedere burger en onderneming voor het door hen geleden wisselverlies, zowel in inkomen als in vermogen), wij onze gesprekken daarover verder hadden beperkt tot dat biertje.

Wij hebben onze (beperkte) kennis aangaande het door ons allen geleden wisselverlies de afgelopen maand aardig weten bij te schaven middels gesprekken met deskundigen (juristen en economen) en de informatie in de media.
Thans, een maand verder, zijn wij nog veel meer gesterkt in onze gedachte van ‘een kans van slagen’ voor Wisselverlies!

 

Onderwaardering van de Nederlandse gulden bij invoering van de euro!

Voor degenen die de uitzending ‘EUROBEDROG’ van ZEMBLA hebben gezien is het wel duidelijk: de Nederlandse gulden is wel degelijk ondergewaardeerd de euro ingegaan. Oud-directeur van De Nederlandsche Bank en econoom, de heer André Szasz, laat daar geen misverstand over bestaan.
Als wij de heer Szasz verder goed begrijpen, hebben de toenmalige premier Kok en minister van Financiën Zalm er in 1998 voor gekozen (en zijn zij wellicht daartoe gedwongen in het overleg in de Europese Unie) géén gebruik te maken van de in die tijd wel degelijk aanwezige mogelijkheid tot opwaardering van de Nederlandse gulden. Terwijl daar juist toen wel degelijk alle aanleiding toe was. Volgens deskundige economen met ver doorschietende prijsstijgingen als gevolg.

Middels het laten uitvoeren van een kort onderzoek, hebben wij de onderwaardering van de Nederlandse gulden bij invoering van de (girale) euro in 1999 van tenminste tien procent bevestigd gekregen.
Minister Zalm is tot op heden nog met geen enkel cijfer gekomen en wappert slechts met een CPB-rapport dat op zijn minst ‘misleidend’ is te noemen. De Nederlandse gulden zou volgens dat rapport helmaal niet ondergewaardeerd zijn, maar de Duitse mark slechts overgewaardeerd. Volgens onze informatie is de Duitse mark in 1999 echter vrijwel naadloos volgens de feitelijke waarde in de euro is gestapt en hebben wij dus gewoon te weinig euro’s gekregen voor onze gulden, hoe je het ook wendt of keert!

De Nederlandse Staat had verder overigens ook een ‘EIGEN BELANG’ bij genoemde onderwaardering. Daardoor was men zonder enige kosten of moeite tenminste tien procent van de staatsschuld kwijt (als wij het goed begrepen hebben een bedrag van ongeveer DERTIG MILJARD EURO!) en hoefde men daarover dus ook geen rentebetalingen meer te doen. Van minister Zalm kunnen we zeggen wat we willen, maar dat hij een goede schatkistbewaarder is blijkt hier wel uit, althans voor de korte termijn. Want door de economische teruggang in de jaren vanaf 2001 heeft de Staat vele miljarden aan inkomsten gederfd (zoals verminderde belastingopbrengsten) en ook veel extra uitgaven moeten doen.

In de uitzending ‘EUROBEDROG’ werd verder duidelijk dat het jaarlijks door het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) gepubliceerde inflatiecijfer al jaren niet de hele lading dekt en daarom kunstmatig ‘laag’ gehouden wordt (hetgeen in dat programma door voormalig staatssecretaris Willem Vermeend nota bene ook wordt erkend). Ook onze publicatie van 7 juni 2005 van de heer André Kortland bevestigt de onjuistheid van de CBS-inflatiecijfers of het CBS, DNB en minister Zalm dat nu leuk vinden of niet.

Belangenbehartiging door regering en parlement of door onszelf?

Waar zijn de tijden gebleven dat regering en parlement - met leiderschap, visie en kennis van zaken - zich bezig hielden met het behartigen van de belangen van het volk?
De tijd van Joop den Uyl en Hans Wiegel die, met passie en wederzijds respect, in scherpe debatten hun visie uitdroegen en daarmee ons burgers aanspraken.
De tijd van Ruud Lubbers die gewoon op het Malieveld ging staan om zijn visie uit te leggen over waarom er in Nederland kruisraketten dienden te komen - terwijl de rotte eieren en tomaten hem om de oren vlogen - en daarvoor en daardoor uiteindelijk toch het noodzakelijke draagvlak creëerde.
De tijd van Pim Fortuyn - eerst door de gevestigde orde nog belachelijk gemaakt en daarna bij zijn toenemende populariteit bij de burger uit onmacht in een kwaad daglicht gesteld met als resultaat de afschuwelijke moord - die eindelijk weer eens visie en leiderschap toonde.
En waar zijn de kritische en deskundige journalisten gebleven, zoals indertijd een Cees Sorgdrager?

De realiteit van vandaag is echter helaas geheel anders. Als we ons beperken tot onze Wisselverlies-kwestie, zien we het volgende.
De werkelijke redenen voor en consequenties van de invoering van de euro is door de regering nooit goed aan ons uitgelegd, waardoor er daarvoor ook nooit het noodzakelijke draagvlak is gecreëerd. Er werd ons slechts verteld dat de euro zo makkelijk is als we op vakantie gaan. Ondanks waarschuwingen in 1998 van het IMF en het OECD dat de Nederlandse economie oververhit raakte, is gewoon met een ondergewaardeerde gulden de euro ingestapt (dus: olie op het vuur!) met als gevolg een paar jaar later een economische crisis in Nederland. Naar nu blijkt hebben in 1998 diverse deskundige economen en banken gewaarschuwd voor die risico’s. Deze meningen werden echter tegengesproken en als een taboe doodgezwegen. En de parlementariërs werden ‘dom’ gehouden en in slaap gesust.
Iedere burger en onderneming weet nu achteraf dat onze Nederlandse gulden bij de invoering van de euro is verkwanseld, dat de prijzen in een paar jaar tijd min of meer zijn verdubbeld en dat de burger en het Midden- en Kleinbedrijf daarvoor uiteindelijk de rekening gepresenteerd gekregen hebben.
Minister Zalm - met in zijn kielzog President Wellink van Nederlandsche Bank, het CPB en het CBS - blijft dit echter tot op de dag van vandaag gewoonweg ontkennen. Fouten maken we allemaal, geen mens is immers perfect, maar is het nu zo moeilijk om gemaakte fouten toe te geven?
In de eerder genoemde uitzending bij BUITENHOF kregen wij verder tegenover ons (in plaats van naast ons) een Tweede Kamerlid, nota bene (!) een volksvertegenwoordiger, die er alles aan deed om ons Wisselverlies-initiatief onderuit te halen en af te kraken. Had deze man echter niet naar ons toe moeten stappen om uitleg te vragen waarmee wij bezig zijn en of hij als parlementslid (= volksvertegenwoordiger) daarbij iets zou kunnen betekenen?
Vervolgens vindt men het vreemd dat er een ‘kloof’ is ontstaan tussen enerzijds het landsbestuur en de politiek en anderzijds de burger. Ook vindt men het vreemd dat er dan een burger-initiatief als dat van Wisselverlies wordt gestart.

Mogelijkheden en onmogelijkheden van Wisselverlies?

WIJ WILLEN ONS GELD TERUG! en ALLEEN SAMEN STAAN WE STERK!

Wisselverlies richt zich - middels een thans nog op te richten stichting - op door burgers en ondernemingen geleden inkomensverlies en vermogensverlies.
De stichting zal door middel van een zogenoemde ‘class-action’ iedereen die zich bij de stichting aansluit vertegenwoordigen, zowel in als buiten rechte.

Dat we met zijn allen wisselverlies hebben geleden is voor iedereen wel duidelijk. De vragen daarbij zijn onder meer:
1. Is de geleden schade van iedere individuele burger en onderneming wel (precies) vast te stellen?
2. Welke inkomens- en vermogensbestanddelen komen nu in aanmerking voor de Wisselverlies-claim?
3. Van welke datum dienen we uit te gaan bij het vaststellen van de schade?
4. Kunnen we voor de geleden schade eigenlijk wel gecompenseerd kunnen worden?
5. Wie zal ons dan compenseren?
6. Krijgen we dan geen ‘sigaar uit eigen doos’?

Ad 1.
Bij de beantwoording van de eerste vraag komen we uit op het vakgebied van de economie, de econometrie, de rekenkunde en wellicht de statistiek. Met onze (beperkte) kennis en inzichten zouden wij zeggen dat een eerste stap is om te komen tot berekeningsmethoden en modellen waarmee het door een ieder geleden inkomens- en vermogensverlies is vast te stellen. Daarmee kan dan in een tweede stap het door een ieder geleden wisselverlies ook daadwerkelijk vastgesteld worden.

Ad 2.
Er zal een (nadere) inventarisatie gemaakt moeten worden van de bestanddelen van het geleden Wisselverlies. Hoe zit het bijvoorbeeld met de pensioenen, de overwaarde van de eigen woning en de kapitaal- en lijfrenteverzekeringen? Uiteindelijk zal een door ons aan te stellen team van deskundigen (zie hierna) één en ander wel definitief in kaart gaan brengen.

Ad 3.
Per welke datum hebben we eigenlijk het wisselverlies geleden? De flits per 1 januari 1999 (bij de invoering van de girale euro) óf de flits per 1 januari 2002 (bij de invoering van de chartale euro) óf wellicht is het wisselverlies geleden in een bepaalde periode? Het wisselverlies zal in onze ogen (onder meer) gebaseerd dienen te worden op het koopkrachtverlies van het geld door prijsstijgingen en die prijsstijgingen hebben vooral in de periode vanaf 2000 plaatsgevonden. Het door ons aan te stellen team van specialisten zal over deze kwestie een standpunt moeten gaan formuleren.

Ad 4.
Bij de beantwoording van de vierde vraag komen we vanzelfsprekend uit op het vakgebied van de juristerij. Aanknopingspunten zijn er onder meer te vinden:
a. in de zogenoemde onrechtmatige overheidsdaad met plicht tot schadeloosstelling (als de minister-president in de uitoefening van zijn functie bij U de ramen ingooit, is de Staat daarvoor aansprakelijk en dient die aan U ook de schade te vergoeden);
b. in de zogenoemde rechtmatige overheidsdaad met nadeelcompensatie (als de Betuwelijn door Uw achtertuin wordt aangelegd, behoeft dat - gelet op het ‘algemeen belang’ - niet onrechtmatig te zijn, maar dient de overheid U wel te compenseren voor het door U geleden nadeel. In het geval van de Betuwelijn is dat zelfs wettelijk geregeld!);
c. ook in het Europees Verdrag van de Rechten van de Mens dat zegt dat iedere natuurlijke- en rechtspersoon het recht heeft op het ongestoord genot van zijn eigendom (spaartegoeden, pensioenopbouw e.d.) en aan niemand zijn eigendom mag worden ontnomen;
d. bestaande uitspraken van rechterlijke instanties over vergelijkbare zaken dan wel zaken met parallellen met onze Wisselverlies-zaak (internationale jurisprudentie is voor handen!).

Ad 5 en 6.
Middels ons eerste persbericht van 3 mei 2005 hebben wij de vijfde vraag al beantwoord: De Staat der Nederlanden. Maar de euro (en de instapkoersen van de munten die aan de euro meedoen) is vanzelfsprekend een Europees initiatief geweest. Dus we zullen onze blik ook op de Europese Unie moeten richten. Daarmee zou dan tevens al een antwoord zijn gevonden op de zesde vraag.

Eén en ander zal vanzelfsprekend nog verder diepgaand bestudeerd en uitgewerkt dienen te worden. Dat kan uitsluitend afdoende gebeuren door specialisten die ongetwijfeld met nog nieuwe inzichten en invalshoeken zullen komen. Daarbij zal grondig gekeken worden naar de gang van zaken in de periode vanaf het Verdrag van Maastricht in 1991 tot en met heden, waarbij ook het parlementaire traject zeker punt van aandacht zal zijn.

Ons inziens is het uitsluitend mogelijk om het initiatief Wisselverlies kans van slagen te geven als we op voet van gelijkwaardigheid kunnen communiceren met en zonodig ook kunnen procederen tegen de Staat. Daarvoor zal de stichting:
- heel veel burgers en ondernemingen dienen te mobiliseren én dienen te vertegenwoordigen (want ALLEEN SAMEN STAAN WE STERK!),
- als een goed georganiseerde onderneming moeten gaan functioneren, en
- een team van professionele specialisten dienen aan te stellen van juristen, economen, econometristen en wellicht ook statistici (wellicht dat universiteiten daarbij een ondersteunende rol willen spelen).
U zult begrijpen dat is uitsluitend mogelijk met veel geld. Heel veel geld!

Daarom moeten wij helaas voor deelneming aan iedere burger € 50,- (€ 35,- voor 65-plussers) en voor iedere onderneming of organisatie € 150,-.
Wij realiseren ons dat € 50,- voor sommigen heel veel geld kan zijn maar - nogmaals - ook uitsluitend met heel veel geld heeft Wisselverlies kans van slagen!
Wellicht dat er politieke- of maatschappelijke groeperingen zich geroepen voelen om voor oplossingen te zorgen voor diegenen die de deelnemingskosten niet zelf op kunnen brengen?

Uiteindelijk zijn er bij Wisselverlies twee mogelijke uitkomsten:
1. Wisselverlies boekt geen resultaat: We zeggen het eerlijk dan bent U Uw deelnemingskosten kwijt;
2. Wisselverlies boekt wél resultaat en U wordt financieel gecompenseerd.

Wisselverlies: een vlotte voortgang maar zorgvuldigheid is vereist!

De afgelopen maand zijn wij dagelijks benaderd door mensen die aan ons vragen waar ze hun € 50,- naar toe kunnen overmaken of mensen die aan ons vragen of

Wisselverlies inmiddels geen zachte dood is gestorven?
Vanzelfsprekend wensen wij een vlotte voortgang doch in zaken zoals deze is zorgvuldigheid vereist! Hoe dan ook, U wordt hierover door ons geïnformeerd.

Verder zullen wij een nog nader te bepalen minimaal geldbedrag binnen moeten krijgen om ons initiatief ook daadwerkelijk te kunnen doorzetten. Met alleen onze eigen € 50,- komen we er vanzelfsprekend niet!
Bovendien als veel mensen en ondernemingen zich bij Wisselverlies aansluiten, vormen wij een belangenpartij waar de regering gewoonweg niet omheen kan en rekening mee te houden heeft.

Om malversaties te voorkomen zal het initiatief Wisselverlies overigens worden ondergebracht in een stichting die volgens de regels zal worden gecontroleerd door een onafhankelijke register-accountant.

Omdat wij het initiatief tot op heden volledig uit eigen zak hebben betaald en onze portemonnee ook een bodem heeft, is er extra reden tot het snel open stellen van de aanmeldingen. Maar nogmaals: zorgvuldigheid staat voorop!
Wellicht dat er ook sponsors (ondernemingen en/of particulieren) op staan die ons initiatief reeds NU, desgewenst al of niet met een vermelding op onze website, financieel willen ondersteunen? Aarzelt U niet om contact met ons op te nemen! Want ook het voortraject van het project kost veel geld!


d.d. 7 juni 2005
André ten Dam (burger, jurist en bedrijfskundige),
Initiatiefnemer Wisselverlies


WIJ WILLEN ONS GELD TERUG!
en
ALLEEN SAMEN STAAN WE STERK!
Wilt u zich als deelnemer aanmelden?

Wilt u zich als sponsor aanmelden?

^^Top


"De Stichting Wisselverlies.nl is onder nummer 28116048 ingeschreven in het stichtingenregister bij de Kamer van Koophandel Rijnland"